Stuitligging

Stuitligging

Stuitligging

Een stuitligging betekent dat de baby aan het eind van de zwangerschap (bij ongeveer 36 weken) niet met het hoofd naar beneden ligt, maar met de billen of de voeten. In ongeveer 3 à 4 % van alle zwangerschappen komt dit voor. Meestal is er geen oorzaak te vinden voor de stuitligging. Een stuitligging komt wel wat vaker voor bij een meerlingzwangerschap of bij bepaalde afwijkingen van de baarmoeder.

Indien je baby bij 35 of 36 weken in stuitligging ligt zal er altijd een echo gemaakt worden om dit te bevestigen. Een bevalling in hoofdligging geeft de minste kans op complicaties voor moeder en kind. Daarom zal het uitwendig keren van de baby, de ‘uitwendige versie’, bijna altijd voorgesteld worden als je baby bij 35 of 36 weken zwangerschap in stuitligging ligt.

De uitwendige versie

Vanaf 36 weken zwangerschap, tot aan de bevalling kan de baby gedraaid worden, van stuitligging naar hoofdligging. Voor 36 weken zwangerschap heeft dit geen zin, omdat baby’s dan nog makkelijk naar stuitligging terug kunnen draaien. Voor het uitvoeren van een versie word je verwezen naar ons echocentrum ;Echo Enzo. De verloskundige helpt de baby om een koprol te maken. Met beide handen worden via de buitenkant van de buik de billen van de baby omvat en naar één kant van het bekken gebracht. Daarna wordt de baby met één hand op deze plaats gehouden en met de andere hand wordt het hoofd naar voren bewogen. Door de billen omhoog en het hoofd geleidelijk naar beneden te bewegen zal de baby zelf verder doordraaien. De kans op slagen van de uitwendige versie ligt tussen de 40-50%. Als je al eens eerder bent bevallen, is de kans van slagen groter. Verder is de hoeveelheid vruchtwater van belang, net als de ligging van de placenta.

Wat zijn de risico’s van het draaien? Complicaties bij een uitwendige versie komen zelden voor. Het kan voorkomen dat de hartslag van het kind tijdelijk vertraagt of versnelt. Deze herstelt zich vrijwel altijd binnen tien minuten. Mocht dit niet gebeuren, dan wordt je direct doorgestuurd naar het ziekenhuis. Verder kan het in een zeer zeldzaam geval gebeuren dat de bevalling begint door de uitwendige versie, deze kans is 0,2%. Als de uitwendige versie gelukt is kan de verdere controle van je zwangerschap bij de verloskundige blijven en kun je kiezen of je thuis of poliklinisch wilt bevallen. Indien het draaien niet is gelukt of als de baby uit zichzelf weer terugdraait zullen wij je naar de gynaecoloog verwijzen voor de bevalling, wij zijn niet bekwaam in het begeleiden van een stuitbevalling. Bij de gynaecoloog krijg je informatie over vaginaal bevallen en een keizersnede, je mag zelf kiezen hoe je wilt bevallen.

Hier kun je de informatiefolder over stuitligging en versie downloaden.